Diana Peterson, zelfmoord slachtoffer, 36 jaar, verscheen voor een tribunaal van elf engelen. Het waren de engelen die verantwoordelijk waren voor het bijhouden van gegevens. Toen ze daar verscheen, vroegen ze haar vriendelijk om toch te gaan zitten.
De voorzitter-engel zei: "Lieve Diana, voor onze gegevens-registratie moeten we twee belangrijke dingen van je weten. Ten eerste, waarom heb je je leven voortijdig beëindigd? En ten tweede willen we, dat je een contract aflsuit voor je volgende leven, waar je dan naar toe wilt."
Diana zat daar, en voelde zich tamelijk verward. "Ik dacht, dat ik naar de hemel zou gaan, als ik stierf", zei ze.
"O nee," zei een engel. "Dat is alleen maar een sprookje. Er zijn zoveel dingen, die je moet leren. Je kunt gewoon niet verwachten, dat je dat allemaal in één leven kunt leren. Nee hoor, we geven je heel veel gelegenheden om te leren, die dingen te leren, die jij wilt leren. Je komt dan hier, zodat je elke keer kunt kiezen waar je naar toe wilt, en onder welke omstandigheden je wilt leven.
Diana was stomverbaasd. Dit was toch wel heel anders, dan ze ooit had geleerd. "Nou goed dan, ik denk, dat het goed is, te vertellen, waar ik vandaan kom. Ik groeide op bij een ouderpaar, die niet echt van me hielden. Ze gaven niet veel om me, en praatten weinig met me. Gewoonlijk hadden ze het druk genoeg met hun eigen leven en met hun vrienden. Ik voelde me eigenlijk nooit door hen gesteund. Ze knuffelden me nooit, en ik heb ze in mijn bijzijn elkaar ook nooit zien kussen of knuffelen. Ik denk, dat ikzelf daarom ook zo koel en afstandelijk ben.
En dan was ik verzeild geraakt in die uitzichtloze baan. Ik wist ook niet echt, wat ik wilde doen, en probeerde heel wat jobs. Ik had steeds wel genoeg kennis en vaardigheden voor de werkzaamheden in elke baan, maar de beloning was niet best. Het was moeilijk om aan geld te komen, en ik had twee kinderen te verzorgen. Ik heb er altijd van gedroomd een actrice te zijn, dat was mijn ideaal. Ik had maar weinig vrienden, Één of twee. Vaak waren ze voor langere tijd weg, en dan was ik helemaal zonder. Ik zie er tamelijk ongewoon uit. Sommige mensen zeggen, dat ik mooi ben, maar ik denk, dat vele mensen me als een buitenbeentje zien, die niet in hun patroon past. Ik ben ook inderdaad niet zo gewoon, weet je. Ik heb veel ongewone ideeën en in m'n doen ben ik ook wat afwijkend. Ik hou ervan om op mezelf te zijn, en peins dan veel. Ik hou ervan om toneel te spelen. U ziet het, ik pas niet zo goed in het doorsnee patroon."
"Ja, ik was ook tamelijk ziekelijk. ik had niet zoveel energie. Ik was vaak gauw moe, voelde me vaak ziek worden en lag daarom veel in bed. Er waren tijden, dat ik werkelijk niemand om me heen wilde hebben, en m'n kinderen irriteerden me dan erg. Ze wilden dan bij me in de kamer komen, en stoorden me bij mijn overpeinzingen. Ik veronderstel, dat ik geen goede ouder was. Ik hield er niet echt van, om veel tijd aan de kinderen te spenderen. Ik weet ook niet echt, hoe ze zijn. En ik denk ook niet, dat ze veel om mij gaven. En ik werd er ook doodmoe van, om als een gemakkelijk slachtoffer beschouwd te worden, dat mensen maar alles van me konden krijgen, wat ze wilden. Ik had vaak teveel angst om nee te zeggen. Ik voelde me een slecht mens, als ik nee zou zeggen. Zo langzamerhand werd ik doodmoe van dat alles. En ik dacht, ik wil hier niet langer leven. dus dan maar gewoon stoppen, naar de hemel gaan, en daar dan lekker uitrusten. Maar ik begrijp nu, dat dat dus niet klopt. Jullie vertellen me dus, dat ik weer terug moet gaan." Diana pauseerde, om even rustig adem te halen.
Een van de engelen zei:" Ja, het is waar, dat je terug moet gaan; je bent echter vrij om te kiezen wat je wilt zijn en doen op aarde. Je hebt ons nu verteld, waarom je jezelf doodde, waarom je nu dus hier bent, wil je er wellicht over nadenken over het nieuwe contract, dat je met ons afsluit.
"Oh jee, over zoiets heb ik eigenlijk nooit echt nagedacht. Ik had een stel latijns-amerikaanse kennissen, die uit grote, liefhebbende gezinnen kwamen. Ze waren altijd zo vrolijk en vrijgevig. Ik geloof, dat, wanneer ik terug moet, ik in zo'n gezin zou willen leven, zo mogelijk in Californië. Ik heb ook wel zwarte families gezien, die zo liefhebbend waren. Maar met vooroordelen wil ik niets te maken hebben. En verder, eh, ik wil geen baan hebben, waar ik zo hard moet sloven. Of ik wil een rijke man, of eh, ik wil slim genoeg zijn om zelf een heleboel geld te verdienen. Wanneer ik geen zin heb om te werken, dan moet ik in staat zijn gewoon niets te doen, ja, dan zou ik ook van m'n werk kunnen houden. Ik heb er genoeg van, om werk te doen, dat geen vooruitzichten biedt.
Ik wil creatief zijn, en het gevoel hebben, dat ik door mijn werk een positieve bijdrage lever aan de wereld. Ik wil een vriendelijke persoonlijkheid hebben, met veel vrienden, ik zou willen, dat iedereen me aardig vindt. Maar als ik dat zou wensen, wil ik ook genoeg tijd voor mezelf hebben. en ik wil er knap uitzien en een mooi figuur hebben. Ik wil, dat mensen graag naar me kijken, maar niet alleen om m'n uiterlijk. Ik wil zowel van binnen als van buiten mooi en lief zijn. En iedereen zou dan zeggen, 'ze is in alle opzichten een aangename persoonlijkheid. Ja, dat zou ik heel fijn vinden. Ik zou een goede gezondheid willen hebben, en wil dan graag vaak door mensen omgeven zijn. Ach ja, daar schiet me nog iets te binnen. Ik zou zelf ook van mensen willen houden. Het leek er nu op, dat zoiets me helemaal niets kon schelen, en ik zou toch echt om mensen willen geven.
"En dan wil ik een liefhebbende ouder zijn, of misschien wil ik wel een poos geen kinderen hebben. Ja, dat zou een goed idee zijn, in elk geval totdat ik geleerd heb een goede ouder te zijn. Hm, misschien heb ik helemaal geen tijd voor kinderen, bij alles wat ik me nu al heb gewenst."
"Het laatste is, dat zelfbewust genoeg ben, om nee te zeggen als ik dat wil, en ook alleen ja te zeggen, als ik dat echt wil. Ik wil, dat ik doen kan, wat ik wil, en niemand zou dat dan erg vinden, of me erom veroordelen, en ik zou vrij willen zijn om te komen en te gaan, wanneer ik wil."
"Nou Diana, dat lijkt een indrukwekkend contract," zei de engel. "Ik denk, dat we dat alles wel voor je kunnen regelen. Ik heb echter nog één vraag over je contract. Wat hoop je tot stand te kunnen brengen in dat leven?"
"O," zei Diana. "Bedoelt u, dat ik moet beslissen wat ik bereiken wil?"
"Natuurlijk," zei de engel, "Daarom gaat het nu juist."
"O, eh, tsja, het enige wat ik zo zou kunnen bedenken, is te begrijpen wat liefde nu eigenlijk is. Ik geloof, dat ik dat zou willen bereiken. Ach nee, ik denk, dat ik zover zou willen komen, dat ik van mezelf zou kunnen houden, dat ik genoeg liefde voor mezelf, genoeg geluk en geld bezit, om niet weer zover te komen, dat ik zou willen sterven"
"Dat klinkt voortreffelijk" zei een andere engel, "Ik denk, dat we daarmee een prima contract hebben. Goed, hier is een kopie ervan voor jou Diana, en wij zullen een kopie bij je gegevens hier voegen."
"Ik heb nog een vraag" zei Diana, "Ik zei toch, dat ik dacht, dat ik na m'n zelfmoord naar de hemel zou gaan. Nu hebt u me verteld, dat ik daar niet naartoe ga. Ga ik nou dan nu naar de hel? "
"O jeetje," zei de engel. "Waar heb je die sprookjes gehoord? Nee hoor, er is niet zo'n plaats waar iemand voor straf naar tou gaat. We geloven helemaal niet in straf. We geloven ook niet in beloning. We geloven alleen in de liefde. En we WETEN, dat de hemel en de hel alleen binnen in je bestaan. Bij bepaalde gevoelens heb je het gevoel, dat je in de hemel bent, andere gevoelens zijn de hel voor je. Ik weet zeker, dat je beide soorten gevoelens wel kent."
"Dat klopt," zei Diana. "Zo heb ik dat eigenlijk nog nooit gezien. Het gaat erom, hoe je de dingen zelf ervaart, die bepaalt, of je in de hemel of in de hel leeft. Alleen ikzelf kan me in dit opzicht belonen of straffen."
"Misschien wil je ook wel horen, hou je vorige contract luidde. Dat zou je wel es heel interessant kunnen vinden", zei een andere engel.
"Ik wist helemaal niet, dat er een vorig contract was."
"Jawel hoor, we willen je iets vertellen over het contract, dat je had toen je als Diana Peterson op de wereld kwam. Kort daarvoor stierf je in 1926 in Italië. Je had toen elf kinderen, en moest heel hard werken. Je had toen een hele grote familie, die allen erg aan elkaar hingen, veel kennissen en rijkelijk goed te eten. Je was een gezette, robuuste vrouw, met veel energie. Wat je ons daarna vroeg, waren ouders, die je genoeg ruimte voor jezelf gaven en je als een slimme en intelligente persoon zouden behandelen, je veel vrijheid zouden geven, en erop te vertrouwen, dat je voor jezelf kon zorgen. Ze moesten je je gang laten gaan, zonder voortdurend op je nek te zitten. "
"Je wilde een baan hebben, net als de meeste mannen. Je wilde de tijd hebben om te kunnen dromen, te kunnen denken en om creatief te kunnen zijn. Je wilde niet zoveel mensen om je heen hebben, je wilde rijkelijk de ruimte te hebben om te ademen. Je wilde hooguit een paar vrienden hebben, en slechts een klein gezin. Je wilde lang en slank zijn, en je wilde niet voortdurend horen, dat je een mooie vrouw was, of dat je zo'n goede moeder was, of hoe aardig je wel was. Je wilde uniek zijn, een buitenbeentje, je wilde anders zijn en andere dingen doen als de meeste andere mensen, je wilde wel wat lijken op de vrouwen in films. Je zei, dat je, omdat je tevoren zoveel werk had gehad met je kinderen, eten koken, schoonmaken, dat je niet meer zo hard wilde werken. Je wilde wel, net als Camille, een beetje ziekelijk zijn. Je wilde vaak alleen zijn. Je wilde weinig of geen kinderen, zodat je veel kon uitrusten. En als je kinderen had, dan moesten ze zelfstandig en onafhankelijk van aard zijn. Je wilde meer een echte dame zijn, en rustig, omdat je tevoren zo luidruchtig was. Dat waren de punten van je vorige contract."
Diana was stomverbaasd. Twee kleine tranen rolden over haar wangen. "Het lijkt erop, dat ik precies gekregen heb, waarom ik had gevraagd. Ouders die me de ruimte gaven, veel rust, geen zwaar werk. Ik was creatief, acteerde zelfs een beetje. Ik ben er helemaal ondersteboven van. Ik heb zelfmoord gepleegd, omdat IK KREEG, WAT IK MEZELF GEWENST HAD." Ze veegde met haar hand over haar ogen.
"Nee, nee," zei de jongste engel vriendelijk. "Het ging erom HOE je in dat leven over jezelf dacht, dat je jezelf als ONGELUKKIG en FOUTIEF zag, die je voor die daad lieten kiezen."
"Je kunt zoveel kansen krijgen als je wilt", zei een andere engel, terwijl hij de hand op Diana's schouder legde. "Je wordt niet voorgoed verdoemd. Je krijgt de gelegenheid net zo vaak terug te gaan als nodig is; totdat je geleerd hebt, dat het er niet om gaat wat je HEBT, of wie je BENT. Het gaat erom HOE je jezelf en anderen LIEFHEBT, dat je het gevoel geeft, in de hemel te zijn."
Plotseling werd alles zwart. Het volgende, wat Diana hoorde was de stem van de dokter, die zei: "het is een prachtig klein meisje, mevrouw Sanchez. De dokter was alleen verbaasd, dat de baby niet huilde.
Bron: gedachtewoorddaad
--------------------------------------------------------------------------------
Een jongetje keek ooit een keer naar zijn oma die een brief aan het schrijven was. Op een gegeven moment vroeg hij: ‘ Oma, schrijf je een verhaaltje over wat we samen hebben meegemaakt?’ Of schrijf je misschien een verhaaltje over mij?’ Zijn oma stopte met haar brief en glimlachte, en zei: ‘Ik schrijf inderdaad over jou. Maar belangrijker dan de woordjes die ik schrijf, is het potlood waarmee ik schrijf. Ik zou willen dat je later, als je groot bent, net zoals dit potlood wordt.’
Het jongetje keek nieuwsgierig naar het potlood, maar kon er niets bijzonders aan ontdekken.
‘Maar het is een gewoon potlood, niets speciaals!’
‘Het is maar hoe je ernaar kijkt. Het potlood heeft vijf bijzondere dingen die jou tot iemand zullen maken die altijd in vrede zal leven met de wereld:
Ten eerste: Je zult misschien de grootse daden verrichten, maar je mag nooit vergeten dat er een hand is die jou leidt. Deze hand noemen we God, en Hij zal je altijd leiden volgens Zijn wil.
Ten tweede: Af en toe moet ik stoppen met schrijven, om de punt te slijpen. Daardoor heeft het potlood een beetje pijn, maar het wordt er scherper van. Dus je moet wat pijn kunnen verdragen, het maakt je tot een beter mens.
Ten derde: Als je met een potlood schrijft, kun je altijd uitgummen wat je schreef. De les is dat corrigeren wat we gedaan hebben niet slecht is, maar belangrijk om rechtvaardig door het leven te kunnen gaan.
Ten vierde: Het belangrijkste van het potlood is niet het hout of de buitenkant, maar het grafiet dat erin zit. Dus wees steeds bezorgd om wat er binnen in je gebeurt.
Ten slotte wat een potlood bijzonder maakt: hij laat altijd een spoor achter. Besef goed dat alles wat je in je leven doet, sporen zal achterlaten en probeer je daar voortdurend van bewust te zijn.
Een oude Cherokee Indiaan gaf zijn kleinkinderen les over het leven...
Hij vertelde hen: 'Er is een gevecht gaande binnenin mij, een vreselijk gevecht tussen twee wolven.
De ene wolf is slecht - hij is angst, woede, afgunst, verdriet, spijt, hebzucht, arrogantie, zelfmedelijden, jaloezie, wrok, minderwaardigheidsgevoel, leugens, valse trots, wedijver,
superioriteitsgevoel, en ego.
De ander is goed - hij is vreugde, vrede, liefde, hoop, samen delen, kalmte, nederigheid, vriendelijkheid, welwillendheid, vriendschap, invoelingsvermogen, gulheid, trouwheid, mededogen en vertrouwen.
Ditzelfde gevecht is aan de gang in jou, en jou, en jou, en in ieder ander mens'.
De kinderen dachten na over wat hun opa tegen hen gezegd had en eentje vroeg hem:
'Welke wolf zal winnen?'
Waarop de oude Cherokee antwoordde: 'Degene die je te eten geeft'.
Een man en zijn zoon lopen in het bos, plotseling struikelt de jongen en omdat hij een scherpe pijn voelt roept hij: "Ahhhh". Verrast hoort hij een stem vanuit de bergen die "Ahhhh" roept. Vol nieuwsgierigheid roept hij: "Wie ben jij?", maar het enige antwoord dat hij terugkrijgt is: "Wie ben jij?". Hij wordt kwaad en hij roept: "Je bent een lafaard!", waarop de stem antwoordt: "Je bent een lafaard!". Daarop kijkt de jongen naar zijn vader en vraagt: "Papa, wat gebeurt hier?".
De man antwoordt: "Zoon, let op!" en hij roept vervolgens:"Ik bewonder jou!". De stem antwoordt: "Ik bewonder jou!". De vader roept: "Jij bent prachtig!" en de stem antwoordt: "Jij bent prachtig!". De jongen is verbaasd, maar begrijpt nog steeds niet wat er aan de hand is.
Daarop legt de vader uit: "De mensen noemen dit ECHO, maar in feite is dit het LEVEN!
Het leven geeft je altijd terug wat jij erin binnen brengt. Het leven is een spiegel van jouw handelingen. Als je meer liefde wilt, geef dan meer liefde! Wil je meer vriendelijkheid, geef dan meer vriendelijkheid! Als je begrip en respect wenst, geef dan begrip en respect. Wil je dat mensen geduldig en respectvol met je omgaan, geef hen dan geduld en respect! Deze natuurwet gaat op voor elk aspect van ons leven.".
Het leven geeft je altijd terug wat jij erin brengt, het is geen toeval, maar een spiegel van jouw eigen handelingen.
--------------------------------------------------------------------------------
Over Vergeven en Vergeten - een overdenking
Zand en Steen
Een verhaal vertelt over twee vrienden die door de woestijn liepen. Op een moment tijdens de reis kregen ze ruzie, en de ene vriend sloeg de ander in het gezicht. Degene die geslagen werd was gekwetst, maar zonder iets te zeggen schreef hij in het zand:
'VANDAAG SLOEG MIJN BESTE VRIEND MIJ IN HET GEZICHT.'
Zij liepen verder totdat zij een oase vonden, waar zij besloten een bad te nemen. Degene die was geslagen, raakte vast in modder en dreigde te verdrinken, maar de vriend redde hem. Nadat hij was bijgekomen, schreef hij op een steen:
'VANDAAG REDDE MIJN BESTE VRIEND MIJN LEVEN.'
De vriend die had geslagen en zijn beste vriend had gered vroeg hem: 'Nadat ik je had geslagen, schreef je in het zand en nu schrijf je op een steen, waarom?'
De andere vriend antwoordde: 'Als iemand ons pijn doet moeten we het in zand opschrijven waar de wind van vergeving het kan uitwissen.
Maar als iemand iets goeds doet voor ons, moeten we het in steen graveren, waar geen wind het ooit kan uitwissen.'
LEER OM JE PIJN IN HET ZAND TE SCHRIJVEN EN OM JE GOEDE ERVARINGEN IN STEEN TE GRAVEREN.
Men zegt dat er een minuut nodig is om bijzondere mensen te vinden, een uur om hen te waarderen, een dag om van hen te houden, maar daarna een heel leven om hen te vergeten.
De Skepping (een Westfries skeppingsverhaal)
In 't begin was 't woord 't woord en 't licht 't licht, maar op de wereld was alles hardstikke donker.
God, die deer al lang erg in had, stak op een goeie dag de grote lamp op, die woi nau nag de zon noemen, hij stak ook een heleboel keersies op en skemerlampies, deer woi nou nag sterre teugen zegge.
Hai zag, dat alles op toid an en uit gong en hai vond dat 't zo goed was en gong te bed. De eerste dag was verboi.
De are dag dat God wakker wier, keek ie uit z'n slijpkamerraampie, en zag dat 't overal nag een grote troep was. Hai begon hier en deer grote gate te spite, liet er water in lopen en zoide: "jullie benne de zeeje". Hai roerde mt z'n grote hande in dat water en gaf zo de zee zijn eeuwige doining, die woi nau nag de eb en de vloed noeme. Hoe of woi an die grote hoge stiene hope komme die over de wereld versproid legge, en die we nau nag de bergen noeme, heb ie nie opskreven, want God was loof van 't skeppe en skee er uit, en gong weer te bed. De twijde dag.
God wier de derde dag wakker, maar nogal laat, omdat ie z'n eige verslijpen had. 't Liep al teuge koppies-toid en hai begon weer te skeppe. Hai maakte allegaar visse en are beisten die zwumme konne, zoo as stekelbeersies, haie, zeehonde, en noilpeerde. Hai goide ze te water en zoide "nie verzuipe maar zwumme", en 't gong ok. Of ze nooit aars dein hadde. De derde dag was ok weer verboi en God ging te bed.
De vierde dag docht ie bai z'n eige: "wat zal ik nau er es skeppe". Hai gong nij een zeidwinkeltje en keek er es wat er allegaar groeie kon, en skiep toen allegaar plante en bome, andoivie, boerekol, eerappele en peerebome, maar ok willige en popeliere, en je kon 't z raar niet prakkezere of hai skepte ze. Hai zag dat alles groeide en bloeide en skee eruit, want hai docht: ik heb toch nag twei dage de toid.
De voifde dag maakte God allegaar beiste. Leeuwe en toigers, ape en katte, maar ok kanaries en pappegaie, kippe en eende en nag veul meer. Hai joeg ze de wereld in en zoide alleen maar: "vurt, jullie redde je maar". Omdat God loof was gong ie derekt na 't journaal al te bed. Hai kon de Ster niet meer ofwachte, zoo slijperig was ie. Maar hai had toch de wekker al op zes uur zet. Dat was de voifde dag.
Zodrij de wekker gong s'ochtends, stapte ie d'r uit en gong weer an 't skeppe, maar nou er es heel wat aars. Gien beiste of bome of zoo. Hai pakte een grot bonk modder, en met wat water erboi, gong ie an't kneeie. Net zo lang tot ie deer een pop van maakt had. Hai blies er teuge an en zoide: "jai benne Adam". En God had geloik, want 't was Adam ok. Hai nam Adam mee naar 't paradois en gaf 'm deer een bedroivie met zo'n voifhonderd roede grond. Hai kreeg ok nag een zioitje gaasbakke en twij-en-een-half mud plantgoed. Adam was merakels bloid met dat spultje en bedankte God hardstikke, die toen weer weg gong en Adam alliendig achterliet. De nacht dernei lag Adam lekker te pitte in z'n bed, toen god stiekum een rib uit z'n loif haalde en deer een ontzettend moi woiffie van maakte, die hai Eva noemde.
Hai lee d'r bij Adam neer en docht boi z'n oige: "jullie redde 't wel zoo met z'n twijen".
Adam was verlege bloid met Eva, en Eva met Adam. Een paar dage dernij, toen Adam op z'n bouwtje was an 't werk en Eva an 't ereboie plokke, zakte d'r een slang uit een boom, weer de duvel inkrope was, zoo heel zachies omlijg, en hai zoide: "dag moidje". En Eva zoide: "dag slang. Hai zoide: "hei jij welderes van die kokse eten, en Eva zoide: "Nij, natuurlijk nie, want we magge van God nie van de kokske-boom ete, want dat is zijn oige boom, weer sai niet an komme magge". De duvel zoi toen, dat dat allegaar smoessies ware, omdat 't zulke barre lekkere appelle ware. Eva gong toen op d't tone stan en plokte d'r een appel of. De duvel lachte 'm inwendig rot om Eva, die d'r zo in trapte en nag nergens gien erreg in had. 's IJvonds, toen Adam van z'n werk thuis kwam, ate ze samen die appel op, endat hadde ze nau net niet motte doen. Want god, die nag zo zoid hadde: je bloive van die kokse af, wier onwois kwaad. Hai huurde een knoert van 'n engel, die met 'n vlammend zweerd Adam en Eva 't paradois uit joeg. En zoo is 't nou komen, dat wai ons alle dage rot moete werke, deur zo'n rottig appeltje.